Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
zijn minderjarige stiefkind [slachtoffer] meermalen heeft verkracht in de periode van 1 november 2020 tot en met 12 november 2023
in de periode 26 maart 2023 tot en met 12 november 2023 kinderporno heeft verspreid, aangeboden, vervaardigd dan wel in zijn bezit heeft gehad.
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
gedwongentot het ondergaan van de seksuele handeling. De rechtbank is op basis van het dossier van oordeel dat er sprake is geweest van dwang. Zoals hiervoor is overwogen acht de rechtbank de verklaring van [slachtoffer] betrouwbaar en gaat zij daarvan uit. [slachtoffer] heeft herhaaldelijk aangegeven dat het pijn deed en ook dat verdachte moest stoppen. Nu verdachte dit niet onmiddellijk deed en tot bloedens toe doorging, heeft hij [slachtoffer] aldus gedwongen de seks met de vuist te ondergaan. Dit gegeven acht de rechtbank reeds voldoende voor het aannemen van dwang. Verder bestaat de dwang ook uit het misbruik maken van het overwicht dat verdachte op [slachtoffer] had. Er is een aanzienlijk leeftijdsverschil, er was sprake van een kinderlijke maar hevige adoratie van verdachte door [slachtoffer] en verdachte was hiervan op de hoogte. [slachtoffer] zat verder in een afhankelijkheidsrelatie nu verdachte haar stiefvader was en zij deels aan zijn zorg was toevertrouwd.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
vijf jaaren bepaalt dat de duur van de vervangende hechtenis
twee wekenbedraagt voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan met een maximum van
zes maanden. De rechtbank zal niet bepalen dat deze maatregel
dadelijk uitvoerbaaris, nu hiervoor de noodzaak niet is gebleken. De maatregel houdt geen contactverbod met de moeder en het zusje van [slachtoffer] in nu het bewezenverklaarde zich niet rechtstreeks tot hen heeft gericht.
7.De benadeelde partij
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
Strafbaarheid
een gevangenisstraf van 6 jaar;
op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] , geboren op [geboortedag 2] 2008 en dat hij zich niet zal bevinden in de [straat] in [plaats 2] , de plaats [plaats 3] , de plaats [plaats 4] en de plaats [plaats 5] .
2 weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan met een maximum van 6 maanden;
[slachtoffer]van € 18.040,57, waarvan € 540,54 aan materiële schade en € 17.500,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 1 november 2020;
[moeder slachtoffer] en [vader slachtoffer]niet-ontvankelijk in hun vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;