Uitspraak
1.De procedure
- het extract audiëntieblad van de rolzitting van 3 januari 2024;
- de conclusie van repliek van 6 maart 2024;
- de conclusie van dupliek van 27 maart 2024 met producties;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Partijen hadden een affectieve relatie zonder huwelijk of geregistreerd partnerschap. Eiser vordert betaling van zorgkosten die hij heeft voldaan namens gedaagde, nadat de relatie was verbroken en gedaagde een eigen polis had afgesloten.
Gedaagde betwist de vordering en stelt dat de kosten zijn gemaakt tijdens de relatieperiode waarin een gezamenlijke rekening bestond. Tevens heeft eiser onvoldoende onderbouwing geleverd en geen verzoeken tot betaling gedaan tijdens de relatie.
De kantonrechter oordeelt dat de kosten dateren uit de periode dat partijen nog samenleefden en een gezamenlijke rekening hadden. Omdat deze rekening niet is verdeeld, had eiser moeten aantonen dat gedaagde is overbedeeld. Dit is niet gebeurd, waardoor de vordering wordt afgewezen.
Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vordering tot betaling van zorgkosten wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs en niet verdeelde gezamenlijke rekening.