ECLI:NL:RBZWB:2024:4695
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over onvoldoende medische motivering bij beëindiging Ziektewetuitkering
Eiseres, werkzaam als inpakster, meldde zich ziek op 20 april 2022. Het UWV beëindigde haar Ziektewetuitkering per 22 augustus 2023, omdat zij volgens de verzekeringsarts weer geschikt zou zijn voor haar werk. Eiseres betwistte dit en bracht nieuwe medische informatie in.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) stelde dat een forse urenbeperking voldoende was en dat er geen noodzaak was voor een prikkelarme werkomgeving. Eiseres stelde dat zij alleen in een prikkelarme omgeving kan werken en dat haar belastbaarheid door sporten en muziek maken beperkt is. Ook bracht zij een verklaring van haar behandelaar in, die sprak van ernstige beperkingen door psychiatrische aandoeningen.
De rechtbank oordeelde dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom geen prikkelarme werkomgeving nodig is, mede omdat eerdere adviezen dit wel voorschreven. Ook had het UWV nader onderzoek moeten doen naar de medische informatie, die een ernstigere situatie liet zien dan aangenomen. Daarom is het bestreden besluit niet voorzien van een deugdelijke medische motivering.
De rechtbank stelt het UWV in de gelegenheid het gebrek te herstellen binnen acht weken en houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak. De rechtbank bepaalt ook dat het UWV binnen twee weken moet melden of het gebruikmaakt van deze herstelmogelijkheid.
Uitkomst: De rechtbank stelt het UWV in de gelegenheid het gebrek in de medische motivering te herstellen binnen acht weken en houdt verdere beslissingen aan.