Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.De procedure
2.De beoordeling
NJ2012/233,
Duka/Achmea).
€ 173,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Deze civiele zaak betreft een vrijwaringsvordering die voortkomt uit een hoofdzaak tussen een besloten vennootschap en eiser. Na een tussenvonnis waarbij eiser werd opgedragen bewijs te leveren van een financiële afspraak met gedaagde, zag eiser af van het horen van getuigen en verminderde hij zijn vorderingen tot nihil.
Gedaagde vorderde vergoeding van werkelijk gemaakte proceskosten wegens vermeend misbruik van procesrecht door eiser, die hem valselijk zou hebben beschuldigd van fraude. De rechtbank oordeelde dat misbruik van procesrecht slechts bij bijzondere omstandigheden kan leiden tot een volledige proceskostenvergoeding, en dat eiser niet aan die criteria voldeed omdat hij zijn vordering had verminderd en het bewijsrisico had genomen.
De rechtbank veroordeelde eiser daarom tot betaling van proceskosten op basis van het forfaitaire tarief, waarbij het totaalbedrag werd vastgesteld op €12.956,00. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen. De proceskostenveroordeling werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Eiser wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €12.956,00 en zijn vorderingen worden afgewezen.