Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.[naam 1] ,
[naam 2],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
reconventieworden begroot op:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft een geschil over de eigendom en het gebruik van vier garageboxen gelegen op een voormalig bedrijventerrein. [b.v. 1] heeft de garageboxen in 2023 gekocht en wil deze ontruimd hebben voor renovatie en herverhuur/verkoop. [naam 1] en [naam 2] gebruiken de garageboxen en stellen eigenaar te zijn door bevrijdende verjaring sinds 2006.
De rechtbank onderzoekt of sprake is van bezit in de zin van bevrijdende verjaring. De gebruikers hebben onvoldoende feiten gesteld die aantonen dat zij zich als eigenaren gedroegen en dat de voormalige eigenaar, [b.v. 4], haar eigendomsrecht niet erkende. Toestemming voor het gebruik van de grond onder de garages is gegeven, waardoor geen sprake is van bezit voor zichzelf.
De rechtbank concludeert dat [naam 1] en [naam 2] niet door verjaring eigenaar zijn geworden. Sinds de eigendomsoverdracht in 2023 is [b.v. 1] de rechtmatige eigenaar en kan zij de ontruiming vorderen. De vordering tot ontruiming wordt toegewezen en de vorderingen van [naam 1] en [naam 2] worden afgewezen. De gebruikers worden veroordeeld tot betaling van proceskosten en een dwangsom bij niet-naleving.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontruiming toe en wijst het verweer van bevrijdende verjaring af.