Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens doorrijden bij een rood verkeerslicht op 16 april 2022. Hij stelde dat het voertuig was verhuurd en overlegde een huurovereenkomst. De officier van justitie verklaarde het beroep niet-ontvankelijk vanwege het niet tijdig herstellen van een verzuim.
De kantonrechter oordeelde dat het te laat instellen van het beroep en het niet herstellen van het verzuim niet aan betrokkene kon worden toegerekend, waardoor het beroep ontvankelijk is. Betrokkene maakte terecht aanspraak op de uitzondering in artikel 8 Wahv Pro omdat hij een geldige huurovereenkomst overlegde.
Hierdoor is de boete ten onrechte aan betrokkene als kentekenhouder opgelegd. De beslissing van de officier van justitie en de boetebeschikking worden vernietigd en het betaalde bedrag wordt terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd wegens verhuur van het voertuig.