Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De overweging omtrent het beslag
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het ten laste gelegde feit;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 14 maart 2024 werd verdachte aangehouden met een bestelbusje waarin circa 65 kilogram heroïne werd aangetroffen. Verdachte was de enige inzittende en verklaarde het busje te hebben geleend van een vriend om te verhuizen en iets op te halen waarvan hij dacht dat het gereedschap betrof.
De officier van justitie stelde dat verdachte opzettelijk de heroïne vervoerde en eiste 48 maanden gevangenisstraf. De verdediging voerde aan dat verdachte geen wetenschap had van de drugs en geen aanmerkelijke kans had aanvaard dat deze aanwezig waren.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van verdachte niet onaannemelijk was en dat niet met zekerheid kon worden vastgesteld dat verdachte wist of moest weten van de heroïne. Ook het feit dat verdachte toestemming gaf voor een politie-onderzoek achterin het busje, ondersteunt dit oordeel.
Daarom acht de rechtbank het ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen en spreekt verdachte vrij. Daarnaast werd de bewaring van de hengsels van de sporttassen gelast, omdat verbeurdverklaring niet mogelijk is bij vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat niet is vastgesteld dat hij wist van de heroïne in het busje.