Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet voor het rijden met 38 km/u te hard op de Rijksweg A59 te Fijnaart op 28 oktober 2022. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, stellende dat de snelheidsmeting onbetrouwbaar was omdat deze met een lasergun uit de losse hand zou zijn verricht zonder statief, wat volgens een verklaring van een politiebrigadier niet mogelijk zou zijn voor een meting over 300 meter.
De officier van justitie stelde dat de meting was uitgevoerd met een lasergun met een meetafstand van 500 meter, niet uit de losse hand, en conform de geldende aanwijzingen. De verbalisant was opgeleid en handelde volgens de voorgeschreven methode. De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt en dat de aangevoerde bezwaren onvoldoende aanleiding geven om aan de juistheid van de meting te twijfelen.
De kantonrechter wees het beroep af en matigde de boete niet. Ook werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd op 23 mei 2024 in het openbaar gedaan door kantonrechter A.B. Scheltema Beduin.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.