Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet voor het parkeren op een parkeergelegenheid terwijl het voertuig niet tot de aangegeven categorie behoorde. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete en voerde aan dat een parkeerticket was aangeschaft en dat de boete met een onjuiste feitcode was opgelegd.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting waren betrokkene en zijn gemachtigde afwezig. De kantonrechter baseerde zich op de verklaring van de verbalisant en het dossier, waarbij geen aanleiding werd gezien om aan de juistheid van de gedraging te twijfelen.
Het beroep werd ongegrond verklaard omdat de boete terecht was opgelegd met de juiste feitcode. Tevens werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. De uitspraak werd gedaan op 23 mei 2024 door kantonrechter A.B. Scheltema Beduin.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.