Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Stichting Woonveste vordert ontruiming van een woning waar gedaagde partijen verblijven, na ontbinding van de huurovereenkomst met de oorspronkelijke huurder. De gedaagden verschenen niet in de procedure, waardoor verstek werd verleend.
De kantonrechter stelt vast dat de vordering niet onrechtmatig of ongegrond is en dat de belangen van de drie minderjarige kinderen worden gewaarborgd door begeleiding van de William Schrikker Groep, de gemeente en Jeugdzorg. Hiermee is voldaan aan artikel 3 en Pro 27 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK).
De ontruimingstermijn wordt vastgesteld op veertien dagen na betekening van het vonnis. Daarnaast wordt gedaagde 1 veroordeeld tot betaling van achterstallige huur en wettelijke rente. De proceskosten worden aan gedaagden opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van achterstallige huur met proceskosten.