Uitspraak
2.De feiten
3.De verzoeken
- primair: de man te veroordelen tot nakoming van artikel 1.3 van het echtscheidingsconvenant d.d. 7 maart 2017, met dien verstande dat de man ter zake een alimentatieachterstand aan de vrouw dient te voldoen een bedrag ad € 3.378,70 + p.m., te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de dag dat de man in gebreke is aan de in dezen te wijzen beschikking te voldoen tot de dag der algehele voldoening;
- subsidiair: de man te veroordelen tot nakoming van artikel 1.3 van het echtscheidingsconvenant d.d. 7 maart 2017, met dien verstande dat de man zijn loonindexatiecijfers vanaf 2019 dient aan te tonen middels het overleggen van bewijsstukken, aldus dat de alimentatieachterstand ter zake de indexering kan worden berekend aan de hand van de daadwerkelijke loonindexering, onder verbeurte van een dwangsom van € 150,-- per dag indien de man in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen;
- te verklaren voor recht, dan wel te verstaan dat de man op grond van artikel 1.3 van het echtscheidingsconvenant d.d. 7 maart 2017 een (geïndexeerd) alimentatiebedrag aan de vrouw is verschuldigd van € 1.918,66 bruto per maand, zulks met ingang van de datum van indiening van dit verzoek;
- de man te veroordelen in de proceskosten.
4.De beoordeling
5.De beslissing
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.