Op 12 maart 2023 heeft verdachte in het centrum van Tilburg het slachtoffer meerdere keren met kracht geschopt en getrapt, vooral gericht op het hoofd terwijl het slachtoffer op de grond lag. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich willens en wetens blootstelde aan de aanmerkelijke kans op de dood van het slachtoffer, waarmee sprake is van voorwaardelijk opzet op doodslag.
De verdediging voerde aan dat niet kon worden vastgesteld dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans op overlijden heeft aanvaard, mede vanwege het type sportschoen dat verdachte droeg en het ontbreken van concrete informatie over de gevolgen. De rechtbank verwierp deze stelling en baseerde haar oordeel op het bewijsmateriaal, waaronder camerabeelden die de ernst en kracht van het geweld tonen.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, het feit dat het plaatsvond in een druk uitgaansgebied en de impact op getuigen. Verdachte had eerder een onherroepelijke gevangenisstraf van 48 maanden voor Opiumwetdelicten. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 20 maanden op, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en diverse voorwaarden waaronder een alcoholverbod en behandeling. De voorlopige hechtenis werd geschorst onder voorwaarden.