ECLI:NL:RBZWB:2024:4228
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Beslissing RC
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep officier van justitie tegen inbewaringstelling wegens reeds opgelegde straf
De zaak betreft een hoger beroep van de officier van justitie tegen de beschikking van de rechter-commissaris die de vordering tot inbewaringstelling van de verdachte heeft afgewezen. De verdachte, geboren in 2003 zonder vaste woon- of verblijfplaats, was niet aanwezig bij de zitting. De rechtbank heeft de stukken bestudeerd en de officier van justitie en de raadsman gehoord.
Op 19 juni 2024 is de verdachte door de politierechter veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden, een ontzegging van de rijbevoegdheid voor negen maanden en toewijzing van de vordering van de benadeelde partijen. Omdat een bevolen bewaring niet doorloopt na een eindvonnis, heeft de officier van justitie geen belang meer bij het hoger beroep.
De rechtbank oordeelt dat het feit dat het appel een principieel punt betreft, daaraan niets verandert. Daarom verklaart de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep en wijst het beroep af. De beslissing is genomen in raadkamer op 19 juni 2024 door drie rechters onder voorzitterschap van mr. C.H.W.M. Sterk.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de afwijzing van de inbewaringstelling.