ECLI:NL:RBZWB:2024:4195
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning te Middelburg
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €738.000 en na bezwaar verlaagd tot €700.000. De rechtbank beoordeelt of deze waarde te hoog is vastgesteld.
De heffingsambtenaar baseerde de waardering op de vergelijkingsmethode met drie referentiewoningen in de buurt, rekening houdend met verschillen in oppervlakte en bouwjaar. Belanghebbende stelde dat de waarde maximaal €595.000 zou moeten zijn, mede vanwege de bitumineuze dakbedekking die ouder is dan de economische levensduur.
De rechtbank oordeelt dat de taxateur terecht is uitgegaan van de buitenmaten inclusief muren en garage, en dat de referentiewoningen voldoende vergelijkbaar zijn. Hoewel onvoldoende rekening is gehouden met de bitumendakbedekking, leidt dit niet tot een lagere waarde dan €700.000. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt afgewezen omdat geen sprake is van begunstigend beleid of schending van de meerderheidsregel.
De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde van €700.000 niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €700.000 wordt ongegrond verklaard.