Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het handelen in strijd met een gesloten verklaring op 18 maart 2022 te Made. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep gedeeltelijk gegrond verklaarde en het boetebedrag verlaagde. Betrokkene ging vervolgens in beroep bij de kantonrechter.
De gemachtigde voerde aan dat het zaakoverzicht niet op ambtseed was opgesteld en niet was ondertekend, waardoor het bewijs onvoldoende was. Tevens ontkende betrokkene de gedraging en gaf aan niet op de locatie aanwezig te zijn geweest. De verbalisant had geen aanvullend proces-verbaal op ambtseed opgesteld ondanks verzoeken, en het dossier ontbrak aan fotografische bewijzen.
De kantonrechter stelde vast dat wel een aanvullend proces-verbaal aanwezig was, maar dat hierin onvoldoende was toegelicht waarom betrokkene niet was staandegehouden. Dit leidde tot de conclusie dat de boete ten onrechte was opgelegd. De beslissing en boete werden vernietigd, het betaalde bedrag moest worden terugbetaald en de officier van justitie werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten voor de kantonrechterfase.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gegrond verklaard, de boete en beslissing vernietigd, terugbetaling bevolen en proceskostenvergoeding toegekend.