Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1980 te [geboorteplaats] ;
17 juni 2024;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 27 mei 2024 uitspraak gedaan over het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).
Betrokkene is opgenomen in een accommodatie vanwege een psychotische ontregeling, mogelijk schizofrenie, met symptomen als hallucinaties en paranoïde wanen. Betrokkene verzet zich tegen de diagnose en weigert medicatie vanwege eerdere bijwerkingen. De arts lichtte toe dat vrijwillige medicatie niet mogelijk was en dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden.
De rechtbank oordeelt dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en brandrisico door gevaarlijk gedrag van betrokkene. De voorgestelde verplichte zorg, waaronder medicatietoediening en beperking van bewegingsvrijheid, wordt als noodzakelijk, evenredig en effectief beoordeeld.
De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel wordt verleend tot en met 17 juni 2024. Het verzoek tot meer of andere zorgmaatregelen wordt afgewezen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 17 juni 2024 met verplichte zorgmaatregelen.