ECLI:NL:RBZWB:2024:3978

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 mei 2024
Publicatiedatum
11 juni 2024
Zaaknummer
10894325 \ MB VERZ 24-54
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:11 AwbArt. 122 APV Tilburg
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard tegen verkeersboete wegens onduidelijkheid parkeerverbod

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren van een voertuig langer dan 6 meter en hoger dan 2,4 meter op een plaats waar dit verboden zou zijn volgens de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van Tilburg. Betrokkene betoogde dat de boete onredelijk was vanwege praktische parkeermoeilijkheden en dat het beroep te laat was ingediend omdat de boete naar de werkgever was gestuurd.

De officier van justitie verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn. De kantonrechter oordeelde echter dat betrokkene bijzondere omstandigheden had aangetoond waardoor het te late beroep niet aan hem kon worden toegerekend, waardoor het beroep alsnog ontvankelijk werd verklaard.

Inhoudelijk stelde de kantonrechter vast dat niet was komen vast te staan dat de gedraging had plaatsgevonden, mede omdat onduidelijk bleef wat in de APV met een “door het college aangewezen plaats” werd bedoeld. Er was geen besluit of aanduiding van deze plaatsen, waardoor de boete ten onrechte was opgelegd.

De kantonrechter vernietigde de boete en de beslissing van de officier van justitie en beval terugbetaling van het betaalde bedrag. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gegrond verklaard en de boete is vernietigd met terugbetaling van het betaalde bedrag.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer : 10894325 \ MB VERZ 24-54
CJIB-nummer : 5062 5422 5068 7843
uitspraakdatum : 15 mei 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene] B.V.
[adres 1]
[plaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [naam]

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 15 mei 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: zonder ontheffing parkeren van een voertuig langer dan 6 meter/hoger dan 2,4 meter op een plaats waar dit verboden is op [adres 2] te Tilburg op 21 juni 2022
om 20.13 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Gemachtigde is chauffeur voor het leerlingenvervoer en voor mensen met een beperking bij het Regiovervoer. Daarvoor heeft hij een rolstoelbus van zijn werkgever. O.a. vanwege wisselende diensten staat de bus bij hem thuis.
In de gemeente Tilburg staan veel voertuigen voor allerlei doeleinden in strijd met het wetsartikel, terwijl hier niet of nauwelijks op gehandhaafd wordt. Er is geen praktische oplossing voor de chauffeurs van Leerlingenvervoer en Regiovervoer om te parkeren. Parkeren op een industrieterrein is geen haalbare optie en uit praktisch oogpunt wordt het voertuig bij de chauffeur thuis geparkeerd.
Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd te laat beroep te hebben ingesteld omdat de boete naar de werkgever gezonden was en een machtiging afgegeven moest worden om beroep in te stellen. Dit nam langere tijd in beslag.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Onduidelijk is wat in de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Tilburg wordt bedoeld met
door het college aangewezen plaatsen. De zittingsvertegenwoordiger heeft aanvullende informatie opgevraagd bij de gemeente, maar hierop geen reactie ontvangen.

Overwegingen

Ontvankelijkheid beroep bij de officier van justitie
De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat is ingesteld.
De kantonrechter overweegt als volgt. Voor het instellen van beroep bij de officier van justitie geldt op grond van artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een termijn van zes weken. Die termijn eindigde in dit geval op 26 augustus 2022. De officier van justitie heeft het beroepschrift echter pas op 27 augustus 2022 ontvangen. Dat is te laat.
Artikel 6:11 van Pro de Awb bepaalt - kort gezegd - dat een te laat ingesteld beroep tóch ontvankelijk kan zijn, wanneer het de betrokkene niet kan worden toegerekend dat te laat beroep is ingesteld. Betrokkene heeft aangevoerd dat de boete naar zijn werkgever was gezonden en een machtiging moest worden opgevraagd bij zijn werkgever. De kantonrechter geeft betrokkene het voordeel van de twijfel en is van oordeel dat betrokkene voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor het te laat beroep instellen niet aan hem kan worden toegerekend.
De officier van justitie heeft het beroep dus ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat het beroep tegen die beslissing gegrond is en dat die beslissing moet worden vernietigd.
Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht.
Op grond van artikel 122 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente Tilburg is het - kort gezegd - verboden om grote voertuigen te parkeren op een door het college aangewezen plaats. Maar onduidelijk is wat wordt bedoeld met “
een door het college aangewezen plaats”. Deze plaatsen worden niet specifiek aangegeven in de APV en ook verder is niet gebleken van bijvoorbeeld een besluit van het college waarin wordt aangegeven om welke plaatsen het gaat.
Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 109,-, dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2024.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: