Uitspraak
[bedrijf gedaagde],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
132,00
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 1 april 2020 heeft de gedaagde een lening van €10.157,00 aangevraagd en toegekend gekregen in het kader van de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers (TOZO). De lening moest vanaf 1 juli 2022 worden terugbetaald. De gedaagde is echter in gebreke gebleven met betalingen, ondanks een aanmaning en sommatie tot volledige terugbetaling.
De eiser, GR De Bevelanden, vordert betaling van de resterende hoofdsom, rente en buitengerechtelijke incassokosten. De gedaagde erkent de lening en de betalingsachterstand, maar verzet zich tegen de onmiddellijke opeisbaarheid van de gehele lening en verzoekt om een betalingsregeling.
De kantonrechter stelt vast dat de lening direct opeisbaar is wegens niet-nakoming van de voorwaarden, waaronder het niet voldoen aan betalingsverplichtingen en het beëindigen van de bedrijfsactiviteiten door de gedaagde. De rechter wijst de vordering tot betaling van de hoofdsom, rente en incassokosten toe en wijst het verzoek tot betalingsregeling af, aangezien dit een zaak tussen partijen is. De gedaagde wordt tevens veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot volledige terugbetaling van de TOZO-lening met rente en incassokosten.