ECLI:NL:RBZWB:2024:382
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning na bezwaar tegen aanslag onroerendezaakbelasting
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, oorspronkelijk vastgesteld op €691.000 per 1 januari 2021, waarop de aanslag onroerendezaakbelasting 2022 was gebaseerd. De heffingsambtenaar verlaagde de waarde bij bezwaar naar €615.000, maar belanghebbende bleef dit te hoog vinden en ging in beroep bij de rechtbank.
De rechtbank beoordeelde de zaak aan de hand van de Wet WOZ en de vergelijkingsmethode, waarbij de waarde wordt bepaald op basis van verkoopprijzen van vergelijkbare woningen rondom de waardepeildatum. De heffingsambtenaar overhandigde een matrix met referentiewoningen en correcties voor ligging, kwaliteit en verontreinigde grond.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld en dat belanghebbende onvoldoende bewijs had geleverd voor hogere correcties. De rechtbank verwierp ook het argument dat de stijging van de WOZ-waarde onredelijk was vanwege landelijke indexcijfers, omdat de waarde steeds opnieuw wordt bepaald op basis van actuele feiten.
Uiteindelijk werd het beroep gegrond verklaard, de WOZ-waarde verlaagd naar €583.000, de aanslag OZB dienovereenkomstig verminderd en het griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd tot €583.000 en de aanslag OZB 2022 dienovereenkomstig verminderd.