ECLI:NL:RBZWB:2024:3789
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Eiseres was sinds 26 januari 2022 arbeidsongeschikt wegens diverse medische klachten, waaronder rugpijn, heupartrose, knieklachten en fibromyalgie. Na een eerstejaars ZW-beoordeling stelde het UWV vast dat zij in staat is passende arbeid te verrichten en beëindigde de ZW-uitkering per 26 februari 2023. Eiseres voerde aan dat haar beperkingen ernstiger zijn dan vastgesteld en dat een hoorzitting had moeten plaatsvinden.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd door verzekeringsartsen van het UWV, die rekening hielden met zowel fysieke als psychische klachten. De door eiseres overgelegde medische stukken betroffen grotendeels perioden na de datum van beëindiging en bevatten geen nieuwe objectieve informatie die tot een andere beoordeling zou leiden.
Daarnaast stelde de arbeidsdeskundige van het UWV geschikte functies vast voor de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid, waaronder receptioniste en productiemedewerker. De rechtbank vond dat eiseres geen overtuigende argumenten had aangevoerd om deze functies ongeschikt te verklaren.
Op basis van de vastgestelde belastbaarheid en de theoretische verdiencapaciteit concludeerde het UWV dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is, waardoor het recht op ZW-uitkering vervalt. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de Ziektewetuitkering is ongegrond verklaard omdat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is.