Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De benadeelde partij
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde feit;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 7 mei 2021 vond een geweldsincident plaats waarbij verdachte samen met anderen betrokken zou zijn bij het toebrengen van ernstig letsel aan het slachtoffer. Het slachtoffer liep onder meer een gebroken oogkas en jukbeen op. Verdachte werd beschuldigd van medeplegen van poging tot doodslag, poging tot zware mishandeling en openlijke geweldpleging.
Tijdens de zitting op 23 mei 2024 presenteerde de officier van justitie het bewijs, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte vanwege onvoldoende bewijs. De rechtbank beoordeelde de getuigenverklaringen als inconsistent en wisselend, waardoor niet kon worden vastgesteld dat verdachte daadwerkelijk geweld heeft gepleegd of een wezenlijke bijdrage daaraan heeft geleverd.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Daarnaast verklaarde de rechtbank de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding niet-ontvankelijk, omdat de feiten niet bewezen zijn. Ook werd het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van poging tot doodslag, poging tot zware mishandeling en openlijke geweldpleging wegens onvoldoende bewijs.