Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De benadeelde partijen
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de onder feit 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 7 mei 2021 vond een geweldsincident plaats waarbij verdachte samen met anderen betrokken was en drie slachtoffers letsel opliepen. Verdachte werd beschuldigd van poging tot doodslag, mishandeling en openlijke geweldpleging.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om verdachte schuldig te verklaren aan poging tot doodslag en openlijke geweldpleging vanwege inconsistente en wisselende getuigenverklaringen. Ten aanzien van mishandeling van het tweede slachtoffer oordeelde de rechtbank dat verdachte zich verdedigde tegen een onmiddellijke, wederrechtelijke aanval, waardoor een geslaagd beroep op noodweer kon worden gedaan.
De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en verklaarde de vorderingen van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk omdat de feiten niet bewezen konden worden. Ook werd het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van poging tot doodslag, mishandeling en openlijke geweldpleging wegens onvoldoende bewijs en een geslaagd beroep op noodweer.