Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene] ,, geboren op [geboortedag] 1985 te [geboorteplaats];
tot en met 17 juli 2024;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene. Betrokkene, die lijdt aan meerdere psychische stoornissen waaronder schizofreniespectrumstoornissen, betwistte het verzoek en gaf aan geen noodzaak te zien voor verplichte zorg, mede vanwege de bijwerkingen van de antipsychotische medicatie en haar lichamelijke gezondheid.
Tijdens de mondelinge behandeling werden diverse deskundigen gehoord, waaronder een psychiater, sociaal psychiatrisch verpleegkundige en curator. Zij bevestigden de stabiliteit van betrokkene mede dankzij medicatie, maar wezen ook op ernstige risico's bij het stoppen hiervan, zoals psychotische opstoten en levensbedreigend gedrag. De psychiater stemde in met het aanvragen van een onafhankelijk deskundigenonderzoek, mits betrokkene daaraan meewerkt.
De rechtbank concludeerde dat de criteria voor verplichte zorg waren vervuld, dat er geen minder bezwarende alternatieven waren en dat de gevraagde zorgmaatregelen proportioneel en noodzakelijk zijn om ernstig nadeel af te wenden. De zorgmachtiging werd verleend voor zes maanden, waarbij opname in een accommodatie en enkele andere zorgvormen werden afgewezen wegens onvoldoende voorzienbaarheid. Het deskundigenonderzoek werd niet gelast door de rechtbank, omdat de psychiater dit zelf zal aanvragen.
De beschikking werd mondeling gegeven op 17 januari 2024 en schriftelijk uitgewerkt op 26 januari 2024.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met specifieke vormen van verplichte zorg en wijst opname in een accommodatie af.