Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
2.De feiten
3.De vorderingen
- Primair vast te stellen dat er een voorlopige omgangsregeling geldt tussen de man en [minderjarige] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2022 waarbij de man twee begeleide contactmomenten per week van één uur heeft met de minderjarige, van 11:30 uur tot 12:30 uur bij de man thuis, zoals onder rechtsoverweging 4.4. van de tussenbeschikking d.d. d.d. 16 november 2023 is overwogen;
- Subsidiair gedaagde te veroordelen tot nakoming van de door uw rechtbank bij tussenbeschikking d.d. 16 november 2023 vastgestelde voorlopige omgangsregeling;
- Zowel primair als subsidiair, gedaagde te veroordelen tot het voldoen van een dwangsom van € 250,00 voor iedere keer dat gedaagde, na betekening van het in deze te wijzen vonnis, weigert dit vonnis na te komen, zulks met een maximum van € 10.000,00 met veroordeling van gedaagde in de kosten van deze procedure.