ECLI:NL:RBZWB:2024:3547
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Borm
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot voortzetting crisismaatregel wegens ontbreken onmiddellijk dreigend ernstig nadeel
Op 13 mei 2024 werd een crisismaatregel opgelegd aan betrokkene vanwege een manisch psychotisch toestandsbeeld en een bizarre situatie onder invloed van verdovende middelen. De officier van justitie verzocht op 13 mei 2024 om voortzetting van deze maatregel. Tijdens de mondelinge behandeling op 16 mei 2024 waren betrokkene, haar advocaat, een arts, een verpleegkundige, en familieleden aanwezig. De officier van justitie was niet verschenen.
Betrokkene gaf aan dat het beter met haar gaat en dat zij bereid is hulpverlening te accepteren en bij familie te verblijven. De arts bevestigde het manische beeld en het vermoeden van een psychische stoornis, maar vond dat zonder adequate behandeling onmiddellijk dreigend ernstig nadeel kan ontstaan. De familie toonde zich bereid toezicht te houden en hulp in te schakelen.
De rechtbank oordeelde echter dat op basis van de stukken en de mondelinge behandeling onvoldoende is gebleken dat er momenteel onmiddellijk dreigend ernstig nadeel bestaat. De bereidheid van betrokkene tot hulp en het vangnet van de familie maken voortzetting van de crisismaatregel niet proportioneel of subsidiar.
Daarom werd het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel afgewezen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens het ontbreken van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.