ECLI:NL:RBZWB:2024:3546

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 mei 2024
Publicatiedatum
30 mei 2024
Zaaknummer
C/02/422001 / FA RK 24/2072
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Borm
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg bij schizofrenie

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 16 mei 2024 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, die lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. De machtiging geldt voor de duur van twaalf maanden en omvat meerdere vormen van verplichte zorg, zoals medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie.

Betrokkene betwist de diagnose en vindt dat hij geen verplichte zorg nodig heeft, maar de psychiater en begeleider bevestigen de noodzaak vanwege het aanwezige psychotisch gedrag en het risico op ernstig nadeel. De rechtbank concludeert dat vrijwillige zorg niet mogelijk is omdat betrokkene geen ziektebesef heeft en dat verplichte zorg noodzakelijk is om zijn geestelijke gezondheid te stabiliseren.

De rechtbank acht de gevraagde zorgmaatregelen proportioneel en evenredig, waarbij de minst ingrijpende maatregelen worden nagestreefd. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar. De beschikking is mondeling gegeven en schriftelijk vastgelegd, met mogelijkheid tot cassatie.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden met diverse vormen van verplichte zorg aan betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/422001 / FA RK 24/2072
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 16 mei 2024van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonadres] ,
thans verblijvende in de accommodatie Stichting Emergis te [plaats 1] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. H.A. van der Hout te Roosendaal.

1.Procesverloop

1.1
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift van 2 mei 2024, ingekomen ter griffie op 2 mei 2024.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een uittreksel uit het bewindregister;
- een zorgkaart van 23 april 2024;
- een zorgplan van 24 april 2024;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 30 april 2024;
- de medische verklaring van 19 april 2024.
1.2
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 16 mei 2024, in de hierboven genoemde accommodatie.
1.3
Tijdens de mondelinge behandeling waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- dhr. [naam 1] , psychiater;
- mw. [naam 2] , begeleider op de [afdeling] .
1.4
De officier van justitie is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.

2.Verzoek

2.1
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen ten behoeve van betrokkene, voor de duur van twaalf maanden en voor de navolgende vormen van verplichte zorg:
- toedienen van medicatie;
- verrichten van medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.

3.Standpunten

3.1
Betrokkene heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat het goed met hem gaat. Betrokkene gebruikt geen drugs meer. Betrokkene vindt het wel lastig dat hij bij Stichting Emergis moet verblijven. Hij is namelijk van mening dat er bij hem geen sprake is van schizofrenie en dat hij door anderen in een kwaad daglicht wordt gezet. Iedereen praat volgens betrokkene weleens in zichzelf en dit is volgens hem geen reden tot het verkrijgen van verplichte zorg.
3.2
De advocaat van betrokkene refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. Hoewel betrokkene het zelf niet eens is met het verzoek, acht de advocaat een zorgmachtiging noodzakelijk ter bescherming van betrokkene. Ook voldoet het aan de wettelijke vereisten en kan het verzoek derhalve worden toegewezen. Daarnaast heeft betrokkene aangegeven dat hij niet terug wil naar zijn woning in [plaats 2] en dat hij bij Stichting Emergis zou willen blijven onder de voorwaarde dat hij vrij mag rondlopen.
3.3
Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft de psychiater aangegeven dat betrokkene bekend is met schizofrenie. De psychiater geeft aan dat betrokkene nog steeds kampt met hallucinaties en vreemd gedrag maar dat er wel sprake is van een stijgende lijn. Voorheen ging betrokkene vaak uit contact. Nu gaat betrokkene op de afdeling met medepatiënten het gesprek aan, en ook nu tijdens de mondelinge behandeling. De psychiater bevestigt dat het drugsgebruik de laatste maanden veel is verminderd. Een zorgmachtiging is volgens de psychiater wel noodzakelijk, ook omdat betrokkene liever geen medicatie wil innemen. De psychiater is van mening dat alle vormen van verplichte zorg zoals die zijn verzocht moeten worden opgenomen.
3.4
De begeleider sluit zich aan bij hetgeen de psychiater tijdens de mondelinge behandeling naar voren heeft gebracht. Zij licht toe dat de vorm van verplichte zorg ‘onderzoek van de woon- of verblijfsruimte’ zou moeten worden toegewezen. Het is niet meer mogelijk voor betrokkene om zijn rookwaren op het terrein van Stichting Emergis te halen. Betrokkene moet hiervoor van het terrein af. Het risico dat betrokkene dan, met het geld wat hij meekrijgt, gedrags-beïnvloedende middelen koopt is groot. Gelet hierop is het voorzienbaar dat deze zorgmodaliteit in de toekomst zal worden aangewend.

4.Beoordeling

4.1
Uit de overgelegde stukken en het behandelde tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, middelgerelateerde en verslavingsstoornissen en andere problemen die een reden voor zorg kunnen zijn. Hoewel betrokkene de stoornis betwist, ziet de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de gestelde diagnose in de medische verklaring van 19 april 2024. Daar komt bij dat ook de psychiater tijdens de mondelinge behandeling heeft bevestigd dat er bij betrokkene sprake is van (chronische) schizofrenie.
4.2
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat hij onder invloed van een ander raakt en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept. Het is de rechtbank gebleken dat bij betrokkene sprake is van psychotisch zwerfgedrag waarbij betrokkene onvoorspelbaar en onberekenbaar gedrag kan vertonen. Daarnaast wordt dan de communicatie ernstig bemoeilijkt en kan betrokkene zowel verbaal als fysiek reageren, wat uitlokkend kan overkomen.
4.3
Het verlenen van verplichte zorg is gericht op het afwenden van ernstig nadeel, het dusdanig herstellen van de geestelijke gezondheid van betrokkene dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint en het stabiliseren van de geestelijke gezondheid van betrokkene.
4.4
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat betrokkene geen ziektebesef en -inzicht heeft. Dit blijkt ook uit de mondelinge behandeling, waar betrokkene meermaals heeft aangegeven geen psychische stoornis te hebben. Betrokkene wil daarom ook geen zorgmachtiging. Om die reden is verplichte zorg noodzakelijk.
4.5
De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vorm van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten van medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
De rechtbank gaat er daarbij vanuit dat de zorgverleners telkens voor de minst ingrijpende vorm van verplichte zorg zullen kiezen voor een zo kort mogelijke duur, nu het uitgangspunt en voorwaarde in de Wvggz voor de toepassing van verplichte zorg is dat verplichte zorg altijd zo beperkt mogelijk moet worden toegepast.
4.6
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
4.7
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
4.8
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van twaalf maanden.
4.9
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

5.Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats] ;
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals genoemd in rechtsoverweging 4.5 kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
16 mei 2025.
Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. Borm, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 16 mei 2024 in tegenwoordigheid van mr. Verplanke als griffier, en op 30 mei 2024 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.