Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2024:3517

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 mei 2024
Publicatiedatum
29 mei 2024
Zaaknummer
23/3552
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling beroep tegen aanmaningskosten precariobelasting door Belastingsamenwerking West-Brabant

Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanmaningskosten van €8,00 die waren opgelegd naar aanleiding van een precariobelastingaanslag van €149,04. Hij betwistte de rechtmatigheid van de precariobelasting en twijfelde aan de mandatering van de heffingsambtenaar.

De rechtbank stelde vast dat de Belastingsamenwerking West-Brabant een bevoegd en gelegitimeerd orgaan is dat namens de gemeente en het waterschap optreedt, ondersteund door een mandaat. De verzoeken van belanghebbende, zoals het verlangen van een aanmaning met een natte handtekening, werden niet gehonoreerd.

Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de aanmaningskosten terecht zijn opgelegd. Belanghebbende krijgt geen terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter C.A.F. van Ginneken op 16 mei 2024 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep tegen de aanmaningskosten precariobelasting is ongegrond verklaard en de kosten zijn terecht opgelegd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/3552

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 mei 2024 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende

en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking West-Brabant van de gemeente Oosterhout,de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende over de aanmaningskosten die door de heffingsambtenaar aan hem zijn opgelegd.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft op 31 oktober 2022 aan belanghebbende een aanslag precariobelasting opgelegd van in totaal € 149,04. Met de aanmaning van 20 januari 2023 heeft de heffingsambtenaar aan belanghebbende aanmaningskosten van € 8,00 opgelegd.
1.2.
Met het bestreden besluit van 17 februari 2023 (de uitspraak op bezwaar) heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard en de aanmaningskosten gehandhaafd.
1.3.
Belanghebbende heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld.
1.4.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.5.
De rechtbank heeft het beroep op 9 februari 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende en namens de heffingsambtenaar [naam]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of de heffingsambtenaar de aanmaningskosten terecht heeft gehandhaafd.
2.1.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
2.2.
Belanghebbende voert allereerst aan dat hij het als onterecht ervaart dat hij precariobelasting dient te betalen en trekt de mandatering van de heffingsambtenaar in twijfel.
2.3.
Belanghebbende verzoekt de heffingsambtenaar om een aanmaning met een natte handtekening.
2.4.
De heffingsambtenaar verklaart ter zitting de Belastingsamenwerking West- Brabant een gelegitimeerd orgaan is om belastingen te mogen heffen.
2.5.
De rechtbank stelt vast dat de Belastingsamenwerking West-Brabant in het leven is geroepen om de taken van de lokale belastingen op zich te nemen en dat er een mandaat is ondertekend om namens de gemeente en waterschap op te treden.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de heffingsambtenaar de aanmaningskosten terecht bij belanghebbende in rekening heeft gebracht. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A.F. van Ginneken, rechter, in aanwezigheid van I. Zouhaïr, griffier, op 16 mei 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “
Formulieren en inloggen” op
www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch.