Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanmaningskosten van €8,00 die waren opgelegd naar aanleiding van een precariobelastingaanslag van €149,04. Hij betwistte de rechtmatigheid van de precariobelasting en twijfelde aan de mandatering van de heffingsambtenaar.
De rechtbank stelde vast dat de Belastingsamenwerking West-Brabant een bevoegd en gelegitimeerd orgaan is dat namens de gemeente en het waterschap optreedt, ondersteund door een mandaat. De verzoeken van belanghebbende, zoals het verlangen van een aanmaning met een natte handtekening, werden niet gehonoreerd.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de aanmaningskosten terecht zijn opgelegd. Belanghebbende krijgt geen terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter C.A.F. van Ginneken op 16 mei 2024 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.