Uitspraak
1.[eiser 1] ,
2.
[eiser 2],
GEMEENTE SCHOUWEN-DUIVELAND,
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 24 mei 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eisers, eigenaren van een pand, vorderen in kort geding dat de gemeente maatregelen treft tegen illegale bouwwerkzaamheden aan het naastgelegen pand, waaronder het beëindigen van lekkage en het herstellen van een rijksmonument. Het College van burgemeester en wethouders had een bouw- en gebruikstop opgelegd vanwege het ontbreken van een omgevingsvergunning en asbestvrijgave.
De kantonrechter beoordeelt dat de vorderingen een bestuursrechtelijk karakter hebben en dat de kantonrechter in kort geding slechts bevoegd is zaken te behandelen die ook in bodemprocedure door de kantonrechter kunnen worden behandeld. De zaak valt niet onder die bevoegdheid, mede omdat de vorderingen deels onbepaalde waarde hebben en niet duidelijk onder de kantonrechterlijke bevoegdheid vallen.
Eisers voerden aan dat de bestuursrechtelijke weg is afgesneden en dat spoedeisendheid bestaat, maar de kantonrechter oordeelt dat de bestuursrechtelijke rechtsmiddelen nog openstaan en dat de burgerlijke rechter niet bevoegd is. Daarom wordt de kantonrechterlijke bevoegdheid ontzegd en wordt de zaak niet inhoudelijk behandeld.
Eisers worden veroordeeld in de proceskosten van de gemeente, vastgesteld op €543,00. De uitspraak is gedaan door rechter Borm en op 27 mei 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd en wijst de vorderingen van eisers af.