Belanghebbende maakte bezwaar tegen twee naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Terneuzen omdat hij meende dat hij een geldige parkeervergunning had voor het kalenderjaar 2023. De vergunning zou betaald zijn op 13 februari 2023 en daarmee zou de naheffing met terugwerkende kracht moeten vervallen.
De rechtbank stelde vast dat de auto van belanghebbende op 1 en 10 februari 2023 geparkeerd stond zonder dat de parkeerbelasting was voldaan. De betaling van de parkeervergunning was echter pas op 13 februari 2023 ontvangen, waardoor op de data van parkeren geen geldige vergunning bestond.
De rechtbank oordeelde dat parkeerbelasting direct bij het parkeren verschuldigd is en dat het niet tijdig betalen van de vergunning voor rekening van belanghebbende komt. De omstandigheden, zoals een mogelijke ICT-storing, zijn binnen zijn risicosfeer. Omdat geen belasting was voldaan, waren de naheffingsaanslagen terecht opgelegd.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, de aanslagen blijven gehandhaafd en belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.