Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd voor het rijden met een quad zonder goed werkende richtingaanwijzers op 27 juni 2022 op de Ringbaan-West te Tilburg. Betrokkene voerde aan dat het voertuig door de RDW was goedgekeurd en dat hij daarom in de veronderstelling verkeerde dat het voertuig aan alle eisen voldeed. Tevens stelde hij dat hij op internet geen informatie kon vinden over de verplichting van richtingaanwijzers op een quad.
De officier van justitie handhaafde de boete, verwijzend naar artikel 5.5.51 van de Regeling voertuigen dat voorschrijft dat driewielige voertuigen voorzien moeten zijn van richtingaanwijzers. Wel werd erkend dat de data die de verbalisant noteerde niet correct waren en dat betrokkene inmiddels richtingaanwijzers op het voertuig had gemonteerd.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en de boete terecht is opgelegd. Echter, gelet op de RDW-goedkeuring en het feit dat betrokkene inmiddels de gebreken heeft hersteld, werd de boete gematigd tot nihil. Het beroep werd daarom gedeeltelijk gegrond verklaard en de officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag aan zekerheid terug te betalen.
Uitkomst: De boete wegens ontbreken van richtingaanwijzers op de quad is gematigd tot nihil en het teveel betaalde bedrag wordt terugbetaald.