ECLI:NL:RBZWB:2024:3398
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Broeders
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen woningsluiting op grond van Opiumwet
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van de burgemeester om hun woning te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet vanwege de aanwezigheid van verschillende soorten drugs en een doorgeladen wapen. Zij verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de sluiting te voorkomen.
De voorzieningenrechter overweegt dat verzoekers niet in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijze te geven, maar dat de burgemeester geen aanleiding had om hen op een ander adres aan te schrijven. De aangetroffen hoeveelheden en soorten drugs, waaronder GHB, maken het niet aannemelijk dat het uitsluitend voor eigen gebruik was. Daarnaast is er bewijs van drugproductie, wat een veiligheidsrisico vormt.
Het beleid van de burgemeester is dat bij een eerste overtreding met handelshoeveelheden harddrugs een sluiting van drie maanden volgt, wat niet onevenredig wordt geacht. De voorzieningenrechter acht de woningsluiting een geschikt en proportioneel middel en vertrouwt op de toezeggingen van de burgemeester om verzoekers gelegenheid te geven de woning op te ruimen.
De duur van de sluiting is niet onredelijk, mede gezien de opzegging van de huurovereenkomst door verzoekster. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen, waardoor het besluit tot woningsluiting onverkort blijft gelden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de woningsluiting wordt afgewezen en het besluit blijft onverkort van kracht.