Partijen sloten op 7 mei 2023 een koop- en aannemingsovereenkomst waarbij de gedaagde zich verplichtte de vloer te egaliseren en te betegelen. De eiseres deed een aanbetaling en betaalde de tegels. De werkzaamheden liepen vertraging op, mede door leveringsproblemen en vermeende vochtproblemen in de woning.
Eiseres stelde de gedaagde meerdere malen in gebreke en ontbond de overeenkomst buitengerechtelijk op 2 augustus 2023. De gedaagde voerde aan dat zij werkzaamheden had verricht en dat vertraging buiten haar invloedssfeer lag. Tevens stelde zij dat de eiseres facturen niet had voldaan en dat zij schade had geleden door onheus bejegenen.
De kantonrechter oordeelde dat de gedaagde in verzuim was omdat zij niet binnen een redelijke termijn had nagekomen na ingebrekestelling. De buitengerechtelijke ontbinding was rechtsgeldig. De door gedaagde verrichte werkzaamheden werden als nihil gewaardeerd en het beroep op verrekening afgewezen wegens onvoldoende bewijs. De gedaagde werd veroordeeld tot terugbetaling van € 3.940,63, betaling van buitengerechtelijke incassokosten van € 628,07 en proceskosten van € 1.053,42, allen te vermeerderen met wettelijke rente.