Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
- [gedaagde] is in gebreke de verkoopopbrengst van de stacaravan of de eventuele uitkering van het UWV te gebruiken voor betaling van de achterstallige huur; en/of
- [gedaagde] is in gebreke met betaling van één extra maand huur in de maand mei 2024 als bedoeld onder 2.1 g); en/of
- [gedaagde] is in gebreke met het overeenkomen van een betalingsregeling als bedoeld onder 2.1 h); en/of
- [gedaagde] is, gedurende de periode van de aflossingsverplichting, in gebreke met de voldoening van enige termijn van de maandelijkse huur als bedoeld onder 2.1 i);