ECLI:NL:RBZWB:2024:3158
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen boete voor niet inleveren ongeldig verklaard handelaarskenteken
Betrokkene kreeg een boete opgelegd omdat hij een ongeldig verklaard handelaarskenteken niet direct had ingeleverd op een locatie in Kapelle op 8 maart 2022. Betrokkene stelde dat hij niet wist dat de platen ingeleverd moesten worden en dat postbezorging niet altijd goed verliep door adreswijzigingen. Hij voerde ook aan dat hij al eerder beroep had ingesteld zonder reactie.
De officier van justitie verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding en het niet tijdig aanleveren van gronden. De kantonrechter constateerde dat het beroep bij de kantonrechter te laat was ingediend, maar achtte bijzondere omstandigheden aannemelijk waardoor het te laat instellen niet aan betrokkene kon worden toegerekend. Hierdoor werd het beroep ontvankelijk verklaard en werd de verhoging van de boete teruggedraaid.
De kantonrechter stelde vast dat de gedraging, het niet inleveren van het ongeldig verklaarde handelaarskenteken, wel had plaatsgevonden. De verklaring van de verbalisant werd als betrouwbaar beoordeeld en het gebrek aan kennis van betrokkene over de inleverplicht kwam voor eigen risico. De boete werd daarom terecht opgelegd en het beroep ongegrond verklaard.
De kantonrechter beval terugbetaling van de betaalde verhoging van €185 aan betrokkene. De uitspraak werd op 9 april 2024 in het openbaar gedaan door kantonrechter A.B. Scheltema Beduin.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens het niet inleveren van het ongeldig verklaarde handelaarskenteken wordt ongegrond verklaard, maar de verhoging wordt ingetrokken.