Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De burgemeester van de gemeente Breda
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van Breda op hun verzoek om handhavend op te treden tegen het zonder vergunning organiseren van een braderie aan een adres in Breda.
Daarnaast hebben eisers een voorlopige voorziening gevraagd om het evenement te voorkomen. De voorzieningenrechter beoordeelt dit verzoek op grond van artikel 8:81 van Pro de Awb, waarbij alleen een voorlopige voorziening kan worden getroffen als onverwijlde spoed dat vereist.
De voorzieningenrechter concludeert dat geen spoedeisend belang meer bestaat, omdat het beroep op 15 mei 2024 kennelijk niet-ontvankelijk is verklaard. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan zonder mondelinge behandeling en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.