Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats] ;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, die lijdt aan neurobiologische ontwikkelingsstoornissen en schizofreniespectrumstoornissen. Betrokkene verbleef in een zorginstelling en werd geconfronteerd met een voortzetting van verplichte zorg na een crisismaatregel.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf betrokkene aan de behandeling vrijwillig te willen voortzetten en betwistte de noodzaak van verplichte zorg. De psycholoog, arts en begeleider rapporteerden echter over escalerend gedrag, moeite met samenwerking en agressie, wat leidde tot overbelasting van de familie en noodzaak tot verplichte zorg.
De rechtbank concludeerde dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn stoornis en dat vrijwillige zorg niet haalbaar is vanwege inconsistent gedrag en tegenwerking. De opgelegde zorgmodaliteiten omvatten medicatie, medische controles, bewegingsvrijheidsbeperking, beperkingen in het eigen leven en opname in een accommodatie. Andere gevraagde maatregelen zoals insluiting, toezicht en bezoekbeperkingen werden niet noodzakelijk geacht.
De zorgmachtiging wordt voor zes maanden verleend met het oog op het afwenden van ernstig nadeel en het bevorderen van herstel en stabilisatie van betrokkene's geestelijke gezondheid. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgmodaliteiten gericht op het afwenden van ernstig nadeel.