Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- cliënt, bijgestaan door zijn advocaat;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot verlening van een opvolgende rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van een cliënt met de ziekte van Alzheimer met frontale kenmerken. De cliënt vertoont gedragsproblemen, waaronder (seksueel) grensoverschrijdend gedrag, die thuis niet adequaat kunnen worden opgevangen.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf de cliënt aan naar huis te willen, omdat hij het verblijf als belastend ervaart en meent dat hij thuis met dagbesteding en zorg kan functioneren. De specialist ouderengeneeskunde en verpleegkundige stelden echter dat het gedrag van de cliënt niet verbeterd is, dat professionele begeleiding noodzakelijk blijft en dat thuiszorg ontoereikend is gebleken.
De rechtbank concludeerde dat de cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening die leidt tot ernstig nadeel, waaronder risico op lichamelijk letsel en psychische schade. Er zijn geen minder ingrijpende alternatieven beschikbaar en de cliënt heeft onvoldoende ziekte-inzicht. Daarom is voortzetting van opname en verblijf noodzakelijk en geschikt om ernstig nadeel te voorkomen.
De rechtbank verleende de opvolgende machtiging voor de duur van twaalf maanden, met het oog op het blijvende karakter van de aandoening en het ontbreken van signalen voor verbetering. De beschikking is mondeling gegeven en schriftelijk uitgewerkt, met mogelijkheid tot cassatie.
Uitkomst: De rechtbank verleent een opvolgende rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor twaalf maanden vanwege ernstige gedragsproblemen bij Alzheimer.