Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren buiten de vakken op een locatie met duidelijk aangegeven parkeerverbod. Betrokkene stelde dat de bebording onduidelijk was en dat parkeren buiten de vakken niet verboden was. De officier van justitie handhaafde de boete en het beroep bij de kantonrechter werd behandeld zonder aanwezigheid van betrokkene of diens gemachtigde.
De kantonrechter oordeelde dat uit de verklaring van de verbalisant en de fotobewijzen blijkt dat de overtreding heeft plaatsgevonden en dat de bebording en markeringen duidelijk waren. De stelling van betrokkene dat de bebording onvoldoende was, werd verworpen. Ook was er geen aanleiding om de boete te matigen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. De uitspraak is gedaan op 18 maart 2024 door kantonrechter R.J.H. de Brouwer.
Uitkomst: Het beroep tegen de parkeerboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.