ECLI:NL:RBZWB:2024:2812

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 maart 2024
Publicatiedatum
30 april 2024
Zaaknummer
10762515 \ MB VERZ 23-1105
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:11 AwbWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond wegens niet-tijdig instellen van bezwaar tegen verkeersboete voor onverzekerd motorrijtuig

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het niet afsluiten en in stand houden van een motorrijtuigverzekering op 21 juli 2022 in Tilburg. Tegen deze boete stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde vanwege het niet tijdig indienen.

Betrokkene stelde vervolgens beroep in bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 18 maart 2024 was betrokkene niet aanwezig. De officier van justitie werd vertegenwoordigd door mr. C.M. Oostdam. Betrokkene voerde aan dat de auto vanaf aanschaf verzekerd was en dat zij geen bericht had ontvangen dat dit niet het geval was. Tevens gaf zij persoonlijke omstandigheden aan die haar verhinderd zouden hebben eerder beroep in te stellen.

De kantonrechter oordeelde dat het beroep bij de officier van justitie te laat was ingediend, namelijk pas op 3 februari 2022, terwijl de termijn op 22 oktober 2022 eindigde. Er waren geen bijzondere omstandigheden die het te late beroep konden rechtvaardigen. Daarom werd het beroep tegen de niet-ontvankelijkheid ongegrond verklaard. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter R.J.H. de Brouwer op 18 maart 2024.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is ongegrond verklaard wegens niet-tijdig instellen van het beroep zonder verschoonbare omstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer : 10762515 \ MB VERZ 23-1105
CJIB-nummer : 5052 5422 5208 6419
uitspraakdatum : 18 maart 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [plaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 18 maart 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. C.M. Oostdam (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: voor een motorrijtuig niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden op 21 juli 2022 om 17:01 uur in Tilburg.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stelt dat zij vanaf het moment van aanschaf haar auto heeft verzekerd via verzekurjezelf.nl. Hiervan heeft zij een bevestiging ontvangen. Daarnaast heeft zij later ook geen bericht ontvangen waaruit blijkt dat haar auto niet is verzekerd. Verder heeft betrokkene aangegeven dat zij vanwege persoonlijke omstandigheden niet eerder in de gelegenheid is geweest om administratief beroep aan te tekenen.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren, omdat het beroep bij de officier van justitie niet tijdig is ingesteld en die termijnoverschrijding ook niet verschoonbaar is.

Overwegingen

De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat het te laat is ingesteld.
De kantonrechter overweegt als volgt. Voor het instellen van beroep bij de officier van justitie geldt op grond van artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een termijn van zes weken. Die termijn eindigde in dit geval op 22 oktober 2022. De officier van justitie heeft het beroepschrift echter pas op 3 februari 2022 ontvangen. Dat is te laat.
Artikel 6:11 van Pro de Awb bepaalt - kort gezegd - dat een te laat ingesteld beroep tóch ontvankelijk kan zijn, wanneer het de betrokkene niet kan worden toegerekend dat te laat beroep is ingesteld. De kantonrechter is van oordeel dat betrokkene niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor het te laat beroep instellen niet aan haar kan worden toegerekend.
De officier van justitie heeft het beroep dus terecht niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat het beroep tegen die beslissing ongegrond is.

Beslissing

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.H. de Brouwer, kantonrechter, bijgestaan door de griffier mr. C.A. Lequin, en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: