Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het veroorzaken van onnodig geluid met een motorvoertuig op 4 maart 2022 in Tilburg. Hij stelde dat het voertuig dergelijke geluiden niet kan maken en dat de staandehouding onterecht niet heeft plaatsgevonden.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar de rechtbank oordeelde op de zitting dat uit de verklaring van de verbalisant voldoende blijkt dat de overtreding heeft plaatsgevonden. De verbalisant kon destijds geen staandehouding verrichten omdat hij een andere weggebruiker assisteerde.
Hoewel de gedraging vaststaat, vond de kantonrechter de boete aanleiding tot matiging en matigde deze tot nihil. Tevens werd een proceskostenvergoeding van €218,75 toegekend aan betrokkene. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen.
Uitkomst: De verkeersboete wegens onnodig geluid wordt gematigd tot nihil en proceskosten worden vergoed.