ECLI:NL:RBZWB:2024:2790
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting gemeente Breda
Belanghebbende parkeerde op 8 december 2022 een Volkswagen op een parkeerplaats aan het Chasséveld te Breda, waar alleen tegen betaling van parkeerbelasting mag worden geparkeerd. Tijdens een controle om 11:06 werd geconstateerd dat geen parkeerbelasting was voldaan. Pas om 11:18 werd via een parkeer-app betaald.
Belanghebbende kon het tijdsverschil niet verklaren en stelde dat er geen sprake was van opzet of onwil. Hij vroeg om rekening te houden met redelijkheid en billijkheid. De rechtbank oordeelde echter dat volgens artikel 6 van Pro de Parkeerverordening parkeerbelasting bij aanvang van het parkeren verschuldigd is en direct betaald moet worden, met een redelijke termijn voor betaling.
De verstreken tijd van 12 minuten tussen controle en betaling was te lang om van een redelijke termijn te spreken. De rechtbank benadrukte dat een naheffingsaanslag een objectieve belasting is en niet afhankelijk van opzet of bewuste nalatigheid. Ook was het naheffingsbedrag correct vastgesteld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard omdat de betaling niet binnen een redelijke termijn is voldaan.