ECLI:NL:RBZWB:2024:2785

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 maart 2024
Publicatiedatum
29 april 2024
Zaaknummer
10762505 \ MB VERZ 23-1103
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:11 AwbWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gedeeltelijk gegrond: matiging boete wegens niet-verzekerd motorrijtuig

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het niet afsluiten en in stand houden van de vereiste verzekering voor een motorrijtuig op 13 mei 2022 in Loon op Zand. Betrokkene voerde aan dat hij de auto niet meer in bezit had en een vrijwaring had geregeld, en dat het voertuig niet langer geschikt was om mee te rijden. De officier van justitie stelde dat de kentekenhouder verantwoordelijk is voor verzekering en dat het voertuig geschorst had moeten worden.

Hoewel het beroep bij de kantonrechter te laat werd ingediend, werd het voordeel van de twijfel gegeven en ontvankelijk verklaard. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant. Desondanks vond de kantonrechter de boete te hoog gezien de omstandigheden en matigde deze tot €225.

Daarnaast werd vastgesteld dat de officier van justitie de hoorplicht had geschonden door betrokkene niet te horen, wat in strijd is met de wet. Hierdoor werd het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard, de eerdere beslissing vernietigd en de boete aangepast. Het teveel betaalde bedrag dient te worden terugbetaald.

Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete gematigd tot €225.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer.: 10762505 \ MB VERZ 23-1103
CJIB-nummer: 1062 5422 5043 0004
uitspraakdatum: 18 maart 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [plaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 18 maart 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. C.M. Oostdam (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: voor een motorrijtuig niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden op 13 mei 2022 om 17:06 uur in Loon op Zand.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stelt de auto niet meer in zijn bezit te hebben gehad; hij heeft hiervoor een vrijwaring. Deze heeft betrokkene toegevoegd aan zijn beroepschrift. Bovendien stelt betrokkene dat de auto niet langer geschikt was om mee te rijden.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Een kentekenhouder is verantwoordelijk voor het verzekeren van zijn voertuig. Indien een voertuig niet langer geschikt is om in te rijden dient de kentekenhouder zijn voertuig te schorsen. De gedraging kan worden vastgesteld en de boete is terecht opgelegd. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep niet-ontvankelijk te verklaren, omdat het beroep bij de kantonrechter niet tijdig is ingesteld en die termijnoverschrijding ook niet verschoonbaar is.

Overwegingen

Beroep te laat
Betrokkene heeft het beroep bij de kantonrechter te laat ingesteld. Voor het instellen van beroep geldt op grond van artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een termijn van zes weken. Die termijn eindigde in dit geval op 6 november 2022. Het beroepschrift is echter pas op 28 februari 2023 ontvangen. Dat is te laat.
Artikel 6:11 van Pro de Awb bepaalt - kort gezegd - dat een te laat ingesteld beroep tóch ontvankelijk kan zijn, wanneer het de betrokkene niet kan worden toegerekend dat te laat beroep is ingesteld.
In de uitnodiging voor de zitting is betrokkene erop gewezen dat als het beroep te laat is ingediend en daarvoor geen geldige reden is aangevoerd, het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
De kantonrechter geeft betrokkene op dit punt het voordeel van de twijfel waardoor het te laat beroep instellen niet aan hem kan worden toegerekend.
De kantonrechter zal vervolgens het beroep tegen de boete inhoudelijk beoordelen.
Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat betrokkene de situatie duidelijk heeft uitgelegd en gelet op de omstandigheden van het geval de hoogte van het boete bedrag niet passend wordt geacht.
De boete zal worden gematigd tot € 225,-. Bij de matiging van het boetebedrag wordt tevens rekening gehouden met de schending van de hoorplicht. De officier van justitie heeft betrokkene niet in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. Dit is in strijd met de wet.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep gegrond en vernietigt die beslissing;
‒ verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond en wijzigt de inleidende beschikking in zoverre dat de boete wordt gematigd tot € 225,- plus € 9,- administratiekosten.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.H. de Brouwer, kantonrechter, bijgestaan door de griffier mr. C.A. Lequin, en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: