Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het niet afsluiten en in stand houden van de vereiste verzekering voor een motorrijtuig op 13 mei 2022 in Loon op Zand. Betrokkene voerde aan dat hij de auto niet meer in bezit had en een vrijwaring had geregeld, en dat het voertuig niet langer geschikt was om mee te rijden. De officier van justitie stelde dat de kentekenhouder verantwoordelijk is voor verzekering en dat het voertuig geschorst had moeten worden.
Hoewel het beroep bij de kantonrechter te laat werd ingediend, werd het voordeel van de twijfel gegeven en ontvankelijk verklaard. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant. Desondanks vond de kantonrechter de boete te hoog gezien de omstandigheden en matigde deze tot €225.
Daarnaast werd vastgesteld dat de officier van justitie de hoorplicht had geschonden door betrokkene niet te horen, wat in strijd is met de wet. Hierdoor werd het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard, de eerdere beslissing vernietigd en de boete aangepast. Het teveel betaalde bedrag dient te worden terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete gematigd tot €225.