ECLI:NL:RBZWB:2024:27
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen schorsing rijbewijs door CBR
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het CBR tot schorsing van zijn rijbewijs en verzocht om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting op 3 januari 2024 is vastgesteld dat verzoeker eerder als autoverkoper werkzaam was zonder dat een rijbewijs noodzakelijk was. Pas vanaf 1 april 2023 verricht hij ook taken als inkoper waarvoor een rijbewijs vereist is.
Er is geen wijziging of aanvulling van de arbeidsovereenkomst vastgelegd met betrekking tot deze taakuitbreiding. Verzoeker heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er een reëel risico bestaat op ontslag wegens het ontbreken van een geldig rijbewijs. Ook de stelling dat er sprake is van dreigend ontslag op bedrijfseconomische gronden is niet onderbouwd.
De voorzieningenrechter concludeert dat niet is voldaan aan het vereiste spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening en wijst het verzoek af. De uitspraak is op 3 januari 2024 mondeling gedaan en openbaar gemaakt.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de schorsing van het rijbewijs wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.