Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De benadeelde partijen
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde feit;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 10 oktober 2021 werd verdachte in een trein van Breda naar Roosendaal aangesproken door buitengewoon opsporingsambtenaren (boa's) omdat hij hen filmde met zijn telefoon. Verdachte duwde de telefoon in het gezicht van een boa en trok aan hem. Daarnaast werd een trap en een klap tegen de boa's gemeld, maar deze feiten werden niet door beide boa's eenduidig bevestigd en waren niet ondersteund door ander bewijs.
De rechtbank oordeelde dat het duwen van de telefoon en het trekken aan de boa wel bewezen waren, maar dat deze handelingen niet samen met anderen waren verricht, waardoor openlijk geweld in vereniging niet kon worden vastgesteld. Ook was er onvoldoende bewijs dat deze handelingen pijn of letsel hadden veroorzaakt, zodat mishandeling niet bewezen kon worden.
De officier van justitie en de verdediging verzochten beiden tot vrijspraak. De rechtbank sprak verdachte integraal vrij van de tenlastegelegde feiten. De benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard in hun schadevorderingen, die zij bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 25 april 2024. De rechtbank veroordeelde de benadeelde partijen tot betaling van de kosten van verdachte, begroot op nihil.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van openlijk geweld in vereniging en mishandeling.