ECLI:NL:RBZWB:2024:2568
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Hamburger
- Rechtspraak.nl
Machtiging tot voortzetting uithuisplaatsing bij pleegvader wegens belang minderjarige
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 5 april 2024 uitspraak gedaan in een zaak betreffende een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige. De minderjarige verblijft sinds december 2023 in een voorziening voor pleegzorg bij een pleegvader. De GI verzoekt de machtiging te verlengen tot het einde van de ondertoezichtstelling op 19 december 2024.
De minderjarige ervaart rust en steun bij de pleegvader en wil niet worden overgeplaatst. De GI en betrokken hulpverleners onderschrijven dit standpunt en achten een plaatsing op een behandelgroep niet passend. De moeder uit zorgen over de veiligheid en het welzijn van de minderjarige, maar deze zorgen zijn niet nader onderbouwd. De rechtbank weegt mee dat terugplaatsing bij ouders of in het netwerk niet mogelijk is.
De kinderrechter oordeelt dat voortzetting van de plaatsing bij de pleegvader noodzakelijk is voor de ontwikkeling en veiligheid van de minderjarige. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard om continuïteit te waarborgen. Tevens wordt de moeder ondersteund in het verkrijgen van betere informatie over de zorg rondom de minderjarige.
Uitkomst: Machtiging tot uithuisplaatsing bij pleegvader wordt verlengd tot 19 december 2024 en is uitvoerbaar bij voorraad.