Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2024:2494

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
25 maart 2024
Publicatiedatum
16 april 2024
Zaaknummer
23-025620
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 SvArt. 9a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning van schadevergoeding op grond van artikel 530 Sv na niet-veroordeling

De enkelvoudige raadkamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 11 maart 2024 het verzoek van de verdachte om vergoeding van kosten rechtsbijstand en kosten van het verzoekschrift op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering. De verdachte was opgeroepen maar niet aanwezig; zijn raadsman lichtte het verzoek toe. De officier van justitie stond toe dat het verzoek geheel werd toegewezen.

De zaak was geëindigd zonder strafoplegging of maatregel, en zonder voorlopige hechtenis of toepassing van artikel 9a Sr. De rechtbank was daarom bevoegd het verzoek te behandelen. Op grond van artikel 530 Sv Pro kan aan een verdachte die niet wordt veroordeeld een vergoeding worden toegekend indien billijkheid dat vereist.

De rechtbank oordeelde dat de raadsman het verzoek voldoende had onderbouwd en dat er billijkheidsgronden waren om de vergoeding toe te kennen. Het gevraagde bedrag van €3.347,59 voor rechtsbijstand werd als billijk beschouwd, evenals het forfaitaire bedrag van €680,00 voor de kosten van het verzoekschrift. De totale vergoeding van €4.027,59 wordt toegewezen en zal worden overgemaakt aan de Stichting Beheer Derdengelden Van de Luijtgaarden Advocaten BV.

Uitkomst: Verzoek tot schadevergoeding ex artikel 530 Sv toegewezen voor een totaalbedrag van €4.027,59.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
parketnummer : 02-106900-23
raadkamernummer : 23-025620
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedag] 1981 te [geboorteplaats],
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. M.C.J. Heinen advocaat te Roosendaal, (Bovendonk 11A, 4707 ZH Roosendaal),
hierna te noemen: de verzoeker.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
  • het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro ten laste van de Staat voor een bedrag van € 3.347,59, zijnde de kosten voor rechtsbijstand, te vermeerderen met € 680,00 zijnde de kosten met betrekking tot het opstellen, indienen en het behandelen van het verzoekschrift in raadkamer;
  • het aantekening mondeling vonnis d.d. 21 juli 2023;
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie.
Op 11 maart 2024 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie, mr. J. Castelein en de gemachtigd raadsman mr. M.C.J. Heinen advocaat te Roosendaal gehoord.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen doch niet bij de behandeling in raadkamer verschenen.
Namens verzoeker heeft de raadsman het verzoek in raadkamer nader toegelicht.
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het verzoek na de gegeven toelichting van de raadsman geheel kan worden toegewezen.

2.De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.
De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, nu de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of laatstelijk werd vervolgd.
Ingevolge artikel 530 Sv Pro kan aan een verdachte die niet wordt veroordeeld of wiens zaak wordt geseponeerd een vergoeding worden toegekend van de schade die hij of zij heeft geleden.
Ingevolge artikel 534, eerste en vierde lid, Sv vindt toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
De rechtbank is van oordeel dat de raadsman in raadkamer het verzoek om schadevergoeding genoegzaam heeft toegelicht en derhalve aannemelijk heeft gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat er gronden van billijkheid aanwezig zijn om het verzoek tot schadevergoeding toe te kennen.
Het verzochte bedrag aan rechtsbijstand ter grootte van
€ 3.347,59is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van
€ 680,00toegekend.

3.De beslissing

De rechtbank wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot een bedrag van € 4.027,59.
De rechtbank bepaalt dat een bedrag van € 4.027,59 zal worden overgemaakt op [rekeningnummer], ten name van Stichting Beheer Derdengelden Van de Luijtgaarden Advocaten BV onder vermelding van [kenmerk].
Deze beslissing is op 25 maart 2024 gegeven door mr. J.P.M. Hopmans, rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 maart 2024.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de officier van justitie binnen veertien dagen daarna en voor de gewezen verdachte of zijn erfgenamen binnen een maand na de betekening hoger beroep open bij het gerechtshof.