Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- cliënt, bijgestaan door zijn advocaat;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank Zeeland-West-Brabant om een machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor een cliënt geboren in 1947, vanwege zijn psychogeriatrische aandoening met gevorderde dementie. De cliënt vertoonde ernstige geheugenstoornissen, ontremd gedrag en was onvoldoende in staat tot zelfzorg, wat leidde tot veiligheidsrisico's voor zichzelf en anderen.
Tijdens de mondelinge behandeling op 8 april 2024 waren de cliënt, zijn advocaat, de zorgverantwoordelijke en zijn zoon aanwezig. De cliënt verzette zich tegen opname en ontkende bepaalde medische constateringen, terwijl de zorgverantwoordelijke en zoon de ernst van de situatie bevestigden, waaronder verwaarlozing van een wond, verbale agressie en overbelasting van de mantelzorger.
De rechtbank concludeerde dat opname noodzakelijk en geschikt is om ernstig nadeel te voorkomen, dat minder ingrijpende maatregelen onvoldoende zijn, en dat de cliënt zich tegen opname verzet. Op grond van artikel 24 en Pro volgende van de Wet zorg en dwang werd de machtiging voor zes maanden verleend, met een geldigheidsduur tot uiterlijk 8 oktober 2024.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstig nadeel door gevorderde dementie en veiligheidsrisico's.