ECLI:NL:RBZWB:2024:2459
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering box 3-heffing wegens strijd met artikel 1 EP EVRM en toekenning dwangsom
Belanghebbende, woonachtig in Zweden, bezat een woning in Nederland die het enige vermogen vormde in de jaren 2019 en 2020. De inspecteur legde aanslagen inkomstenbelasting op met een forfaitair voordeel uit sparen en beleggen, dat belanghebbende betwistte als strijdig met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, omdat het werkelijk rendement nihil was.
De rechtbank oordeelt dat het forfaitaire stelsel sinds 2017 in strijd is met artikel 1 EP Pro EVRM en onvoldoende rechtsherstel is geboden door de inspecteur. Daarom vermindert de rechtbank het voordeel uit sparen en beleggen tot nihil, conform het werkelijk rendement, en verwerpt de inspecteur zijn stelling dat ongerealiseerde vermogenswinsten moeten worden belast.
Daarnaast is vastgesteld dat de inspecteur niet tijdig op de bezwaren heeft beslist, ondanks ingebrekestelling, waardoor een dwangsom van €742 wordt toegekend. De uitspraken op bezwaar worden vernietigd en de aanslagen voor beide jaren worden verminderd. De inspecteur wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De aanslagen inkomstenbelasting box 3 voor 2019 en 2020 worden verminderd naar nihil en de inspecteur wordt veroordeeld tot betaling van een dwangsom van €742.