Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
De beslissing
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres heeft aan gedaagde rechtsbijstand verleend op basis van een overeenkomst van opdracht en factureerde een bedrag van €5.203,50 voor verrichte werkzaamheden en betaald griffierecht. Gedaagde erkende de schuld maar stelde niet over de financiële middelen te beschikken om te betalen.
Eiseres vorderde betaling in kort geding met rente en incassokosten, maar stelde geen spoedeisend belang. Tijdens de mondelinge behandeling gaf zij aan dat het spoedeisend belang zou liggen in liquiditeitsproblemen bij gedaagde en de wens tot executie van de titel.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het spoedeisend belang bij de eiser moet liggen en dat het ontbreken daarvan niet kan worden gecompenseerd door de waarschijnlijkheid van de vordering. Het volledig loslaten van de eis zou leiden tot onnodige druk op de voorzieningenrechter.
Daarom wees de rechtbank de vordering af en veroordeelde eiseres in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door Van der Weide en uitgesproken op 15 april 2024.
Uitkomst: De vordering tot betaling wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.