ECLI:NL:RBZWB:2024:2440
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling passendheid functie en motiveringsgebrek bij beëindiging Ziektewet-uitkering
Eiser, voormalig bandenmonteur, ontving een Ziektewet-uitkering vanwege klachten aan zijn linkerhand. Het UWV beëindigde deze uitkering omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn en passende arbeid kon verrichten. De rechtbank beoordeelde het beroep van eiser tegen deze beëindiging.
De medische beoordeling door artsen van het UWV werd als zorgvuldig en voldoende gemotiveerd beschouwd. De beperkingen van eiser aan linkerhand en -pols zijn erkend, maar de belastbaarheid is adequaat vastgesteld. De arbeidsdeskundige stelde drie functies vast als passend: productiemedewerker industrie, receptionist en parkinghost.
Eiser betwistte de passendheid van de functies productiemedewerker en receptionist vanwege zijn handbeperkingen. De rechtbank oordeelde dat de receptionistfunctie passend is, maar twijfelde aan de passendheid van de productiemedewerkerfunctie, met name vanwege de aard van het werk en de repetitieve handelingen waarbij de linkerhand nodig is. Het UWV had onvoldoende toegelicht hoe de functie rekening houdt met deze beperkingen, wat een motiveringsgebrek opleverde.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en gaf het UWV vier weken de tijd om het gebrek te herstellen door een nadere beschrijving van de functie en een nieuwe beoordeling. De verdere beslissing wordt aangehouden tot de einduitspraak. Er is nog geen hoger beroep mogelijk tegen deze tussenuitspraak.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de Ziektewet-uitkering wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek, met gelegenheid voor het UWV dit te herstellen.